Het is een schande dat Spec Ops: The Line tegenwoordig zo lastig te verkrijgen is. Door zoiets als muziekrechten zullen velen niet kunnen ervaren hoe bijzonder deze game is. Nog voordat je een schot gelost hebt, nog voordat het verhaal überhaupt van start gaat weet je het al. Je hoeft alleen maar te kijken naar het startmenu, waar de zo trotse Amerikaanse vlag ondersteboven gehesen is, en Jimmy Hendrix' “The Star Spangled Banner” op de achtergrond afspeelt. In eerste instantie oogt Spec Ops: The Line als een shooter, klinkt het als een shooter, en speelt het als een shooter. Maar deze game is geen gewone shooter. Deze game gebruikt alle elementen van een goede shooter, bouwt er een mooi geheel van, en schiet het vervolgens volledig aan flarden.
Uitgebracht: 26 juni 2012
Speelduur: 7,5 uur (HLTB: main + extra)
Ontwikkelaar: Yager
Uitgever: 2K
Website: www.2K.com
Gespeeld op: PC (GOG) - specs PC
Metacritic score: 76 (Reviews) - 83 (Users)
Pluspunten:
- + Keihard
- + Muziek
- + Nuttige teamleden
- - Vijandelijke A.I.
Kopen: De game is helaas niet meer te koop,
als gevolg van verlopen muziekrechten
Wie echter de niet zo subtiele hints van het startmenu over het hoofd ziet, zal instappen in een stoere shooter. Een cool begin met het Delta Force team van kapitein Martin Walker. Hij en zijn twee collega's zijn op weg naar Dubai, om uit te zoeken wat daar nu precies aan de hand is. Een half jaar eerder raasde er een allesvernietigende zandstorm over het gebied en nu is het niet duidelijk wat er nu precies gebeurd is met 'The 33rd'. Dit Amerikaans bataljon, onder leiding van Kolonel John Konrad, moest de vrede bewaren maar van hen is niks meer vernomen sinds de storm.
Maar nog voor je voet op de zanderige grond kan zetten, vult je scherm zich met explosies. De helikopter die je naar je bestemming moest brengen wordt onder vuur genomen, maar jij en je minigun met oneindige ammunitie verandert de vijandige helikopers tot anonieme vuurbollen. Dit onder muzikale begeleiding van een stel bekende Amerikaanse rock-klassiekers. Wie niet beter weet zou Spec Ops: The Line na vijf minuten afserveren als de zoveelste militaire shooter.
Doden van dichtbij
Al snel merk je dat ondanks alle Amerikaanse militaire pracht en praal die de opening toont, deze game het iets anders aanpakt dan de gemiddelde Call of Duty- stijl game. Vijanden gaan niet netjes dood. Ze gorgelen, rochelen en smeken om genade. Soms laten ze pas hun wapens vallen als je ze van dichtbij met bruut geweld afmaakt. De omgevingen zijn gevuld met de resultaten van beestachtig geweld, en The Radioman, maniakale DJ annex antagonist, is niet vies van wat martelingen uitzenden over de ether. Deze game is al heel snel enorm bruut en geweldadig, en totaal anders dan het in eerste instantie doet vermoeden.
Spec Ops: The Line had snel een pulp game kunnen worden, wanneer het de speler onderdompelde in geweld voor de lol, geweld om maar flink wat geweld te kunnen tonen. Maar het geweld dat de game bevat is allesbehalve verheerlijkt. Als speler voel je jezelf al snel vies. De game toont niet alleen de heroïsche gevechten, maar vooral de nasleep ervan. De lijken die in de zon van Dubai liggen weg te rotten, die gemarteld zijn, die onverschillig over de klink zijn gejaagd. En dat geldt niet alleen voor soldaten, maar ook voor de burgers van Dubai.
De stad moest immers geëvacueerd worden, de burgers moeten in veiligheid worden gebracht. Maar ze lijken vooral slachtoffer te worden van de VS die, zo blijkt al snel, verschillende en nogal conflicterende facties naar Dubai heeft gestuurd.
Mes snijdt aan twee kanten
Het paradoxale aan de game is dat het enerzijds geweld verafschuwt en aantoont hoe kwaadaardig de hele situatie is, dat je dit soort scenario's niet moet verheerlijken. Anderzijds is Spec Ops: The Line een hele fijne game om te spelen. Als je de setting en het verhaal even loslaat en kijkt naar het skelet daaronder, dan zit dat meer dan prima in elkaar.
Zelf na een kleine vijftien jaar ziet de game er nog prima uit, en voelen de animaties soepel. Bij de cutscenes die niet in-engine zijn, dat zijn er overigens maar een paar, kun je wel de pixels tellen als je op een hogere resolutie speelt. De sfeer staat als een huis, en de soundtrack van de game is om te zoenen zo goed, met toffe rocknummers, zowel (relatief) nieuw als oud.
Gameplay-technisch heeft de game het ook dik voor elkaar. Vanuit derde persoon beweeg je soepel over het slagveld, terwijl je vijanden links en rechts doorzeefd met een van je maximaal twee tegelijkertijd te dragen wapens. Die wapens klinken prima, en doen wat ze moeten doen. De diversiteit is niet heel groot, en de wapens zelf zijn niet bijster origineel, maar schieten in de game voelt prima aan. De schaarsheid van ammunitie zorgt ervoor dat je ook veel wapens uitprobeert: pak je geen wapens op, dan ga je al snel ten onder door gebrek aan munitie.
Vijanden gaan niet netjes dood. Ze gorgelen, rochelen en smeken om genade. Soms laten ze pas hun wapens vallen als je ze van dichtbij met bruut geweld afmaakt.
Dat snel ten onder gaan, komt ook zeker door de vijanden. Want die zijn talrijk en bijzonder gevaarlijk. Let even niet op, en vanuit een onverwachte hoek komen vijanden tevoorschijn die je in een paar seconden afknallen. Checkpoints liggen soms wat verder uit elkaar dan je verwacht, en dat zorgt ervoor dat bepaalde delen best moeilijk zijn om te halen.
Three Kings
Gelukkig ben je niet alleen en bind je, zoals gezegd, met twee ondergeschikte Delta Force soldaten de strijd aan met The 33rd. Je hebt de beschikking over een aantal mogelijkheden om hen aan te sturen. Zo kun je ze doelwitten geven, flashbangs laten gooien en elkaar laten genezen. Erg diepgaand is het niet, maar ze zijn zelf prima in staat om je goed te helpen.
De vijanden beschikken duidelijk over iets minder intelligentie. Ja, zijn gevaarlijk en knallen je zo overhoop, maar dat doen ze dan wel op vreemde manieren. Zo zoeken ze beschutting op rare plekken waar ze makkelijk te raken zijn, blijven gewoon midden in het zicht staan, of lopen ze netjes achter elkaar aan de verdoemenis in. De vijand is vooral gevaarlijk doordat de game ze in grote getalen op je afstuurt.
Heart Of Darkness
De naam van de vijandelijke kolonel is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Het verhaal van Spec Ops: The Line lijkt voor een deel gebaseerd te zijn op het boek Heart Of Darkness, geschreven door Joseph Conrad, en meer recent de (op dat boek gebaseerde) film Apocalypse Now. In die beide bronnen is niet alleen fysiek geweld belangrijk thema, maar ook mentaal geweld en het verkeerde beeld dat wij hebben van andere werelden, hoe ontzettend fout we kunnen zitten terwijl we dit niet direct doorhebben.
Kapitein Walker blijkt al snel last te hebben van dat tweede. Hoe langer je speelt, hoe meer je begint te twijfelen aan zijn keuzes en gezonde verstand. Ook je teamleden lijken steeds minder onder de indruk van hun leider en vallen hem aan op zijn keuzes. Wat de heftigheid van die scènes mede bepaalt, is de kwaliteit van stemmen van alle personages. Van je boze teamleden en schreeuwend stervende soldaten tot de vertwijfeling van Walker en de sadistische Radioman: alles klinkt realistisch en oprecht, hoe gruwelijk het soms ook is.
Feeling like a hero yet
Er zitten een aantal hele, héle, heftige scenes in de game. Spec Ops: The Line laat zien wat andere shooters liever verbergen: de totale waanzin van extreem geweld, het gevaar van gebrek aan reflectie en analyse, en hoe snel onschuld verloren gaat. Het toont dingen op zo'n manier dat het eigenlijk helemaal niet prettig is voor de speler. Sommige dingen komen zo hard binnen, worden zo vol in beeld gebracht dat je er naar van kunt worden, dat je jezelf vies gaat voelen. Speel ik deze game echt? Is dit wat ik leuk vind om te doen?
Dat maakt niet alleen de game zelf paradoxaal, maar ook de ervaring van deze game. Enerzijds is de game meer dan prima en speelt het heerlijk weg, Anderzijds toont het dingen die je wellicht liever niet ziet, hoort, of soms bijna kunt ruiken. Uiteindelijk is het toch een goede game om door te spelen. Want ja, de game is zeker geen vrolijk knalfeestje, maar het heeft wel een duidelijke boodschap. En dat is een boodschap die we soms te weinig horen. Niet alleen binnen games, maar ook binnen andere vormen van media.
Het einde van de game is eveneens niet mals. Er zitten grote twists in het verhaal die naadloos aansluiten bij de rest van de game. Ondanks dat Spec Ops: The Line zo'n lineaire game is, is de game zeker geschikt om nogmaals door te spelen. Om nog een keer het verhaal te ervaren en te ondervinden of je dan wel de hints en details ontdekt die je in de eerste ronde hebt gemist. Gezien de game ook niet al te lang is met zo'n zes uur, is dat ook geen probleem.
Lekker vies
Zoals gezegd: het is een schande dat deze game niet meer verkocht wordt door een domme reden als verlopen muziekrechten. De game heeft een belangrijk verhaal te vertellen. Dat was zo bij de het uitkomen van de game, bijna vijftien jaar geleden, en dat is nu nog steeds zo. Misschien nu wel nog meer.
Spec Ops: The Line is een goede, uiterst gewelddadige, game die stelt dat precies dat soort games heel vreemd zijn. Dat geweld niet normaal moet zijn, dat we het niet moeten verheerlijken. Een videogame zal nooit echt 'anti-oorlog' kunnen zijn, het zal nooit echt zijn. Net zomin als een boek of film dat kan. Degene die speelt, leest of kijkt is immers nooit echt in gevaar, nooit echt ondergedompeld in het zinloze geweld. Maar al die drie vormen van media kunnen er wel heel dichtbij in de buurt komen. Spec Ops: The Line is zo'n game. Als je deze game ergens weet te vinden, speel het dan. Speel de game, voel je vies, en denk daar eens goed over na.